Diabetes
Organen in het lichaam (b.v. spieren of lever) hebben brandstof nodig om te werken, net zoals een auto benzine nodig heeft om te rijden. De suikers in voeding zijn de belangrijkste brandstof (= energiebron) voor organen. Koolhydraten komen via het spijsverteringsstelsel in de bloedbaan. Insuline zorgt ervoor dat de glucose uit het bloed door de cellen van organen kan worden opgenomen. Suikers hebben echter een sleutel nodig om de cellen binnen te komen. Deze sleutel is insuline. Insuline wordt in de alvleesklier (pancreas) gemaakt.
Als iemand diabetes heeft, maakt de alvleesklier te weinig of geen insuline. Daardoor stapelen suikers zich op in het bloed.
Symptomen die kunnen wijzen op diabetes
- Veel dorst
- Veel plassen
- Moeheid, sufheid
- Vermageren
- Vatbaarheid voor infecties
Denk eraan! Verhoogde bloedglucosewaarde geeft vaak geen klachten.
Vormen
Er zijn verschillende vormen van diabetes.
De twee meest voorkomende vormen zijn type 1 en type 2.
- Type 1 Door vernietiging van de pancreascellen die insuline aanmaken is er een totaal gebrek aan eigen insuline. Type 1 begint vaak op jonge leeftijd.
- Type 2 Insuline is dikwijls minder werkzaam en wordt minder aangemaakt. Type 2 komt meestal voor op latere leeftijd.
Bloedglucose
Bij de behandeling van diabetes wordt ernaar gestreefd de bloedglucosewaarden tussen de 4 en 8 mmol/L te houden. De precieze waarden kunnen per persoon verschillen en worden meestal in overleg met de huisarts, internist en/of diabetesverpleegkundige besproken.
De bloedglucosewaarde wordt beïnvloed door:
- Voeding
- Insuline
- Lichaamsbeweging
- Stress
- Onbekende factoren
Hba1c
Bloedglucose kan zich binden aan de kleurstof van de rode bloedcellen. Hoe hoger de bloedglucose, hoe meer suiker ‘kleeft’ aan deze bloedkleurstof. Door de hoeveelheid gesuikerde bloedkleurstof te bepalen (= Hba1c), kan men achterhalen hoe hoog de bloedglucosewaarden de laatste 2 maanden waren. Hba1c wordt door een bloedanalyse bepaald.
Hba1c is een zeer belangrijke barometer van de diabetesregeling!

